Column
column-4 bruin

Voor de gemeentebrief schrijven 4 personen uit de gemeente (Roos, Lotte, Joop en Thijs) - al dan niet onder pseudoniem - een column.
Hieronder ziet u hun pennenvruchten. gesorteerd naar publicatiedatum. Niet naar schrijver/schrijfster!!
Heeft u behoefte te reageren, dan kunt u dat doen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . De webmaster zal uw e-mail naar de betreffende columnist doorsturen.   


 De maakbaarheid van het leven

In onze tijd zijn veel dingen maakbaar. Denk aan alle digitale mogelijkheden die er zijn.
Nanotechnologie, met o.a. de mogelijkheid, een “wagentje” van enkele duizendste millimeters naar een door ons opgegeven plaats in het lichaam te laten “rijden” en daar op de juiste plaats medicijnen af te geven, enz. enz.
Onze technische kwaliteiten en vaardigheden en niet te vergeten de medische  wetenschap, kunnen inderdaad de indruk van maakbaarheid oproepen. Wij kunnen op het idee komen dat we alles wat we willen ook voor elkaar kunnen krijgen.
Dat kan er toe leiden, dat we de dingen precies willen zoals we ze ons voorstellen geheel naar onze ideeën.
Dit soort eisen stellen we niet alleen aan de ander, maar ook aan onszelf. Perfectionisme is de norm. Alles maar dan ook alles moet perfect zijn. Perfect, dat wil zeggen zonder fouten, zonder onvolkomenheden. En daar ontstaan de problemen:
Niets maar dan ook niets in deze wereld is perfect, alles is immers eindig en aan bederf en verval onderhevig. Alles is eindig, ook wij, ons eigen leven. We ontnemen onszelf en anderen de mogelijkheid om fouten te maken.
We worden zelfs bang om fouten te maken. En gaan letterlijk minder leven.
Wij kunnen en mogen als mensen gelukkig leren van onze fouten.
Sterker nog er zou geen ontwikkeling, geen groei zijn, als we geen fouten konden en mochten maken en hiervan konden leren. Nu gaat het misschien wat ver om het maken van fouten te stimuleren, maar we kunnen er wellicht wat genuanceerder naar kijken.
Fouten, met name van anderen, maar ook van  onszelf, wat meer “aanwezig” laten zijn, waardoor we ze niet langer veroordelen, maar meer en meer gaan accepteren als (ook) een deel van onszelf.
Het gaat er ook in de bijbel niet zozeer om “foutloos te zijn”, maar wat we ermee doen in ons leven.
Thijs Brouwer
22-10-2016


Liefde is als een oude wijs

Mijn dochter heeft de film Bambi tevoorschijn getoverd. Een echte klassieker die ik vroeger als klein kind al keek en nu mijn dochters dus ook. Het begin van de film vind ik het mooiste stukje. In vijf minuten tijd komt er een deel van Gods schepping aan je voorbij terwijl je een prachtig klein liedje hoort: “Liefde is als een oude wijs”. De natuur ontwaakt waaronder ook allerlei dieren. Ze gaan kijken bij het zojuist geboren hertenkalf. Vol verwondering kijken de jonge dieren hoe het hertje overeind probeert te komen; “beetje wiebelig vind je niet” zegt een klein konijntje.

Wij lopen vaak met onze dochters door de natuur. Ook zij kunnen er vol verwondering naar kijken. Ik herinner mij  een leuk moment; Bij een wandeling zien we muizenholletjes in ons grasland. Een dag eerder zijn we in een diorama geweest, waar we (opgezette) dieren hebben gezien waaronder een muis in zijn ondergrondse holletje. Ik leg mijn dochter uit dat dit nou de ingangetjes zijn naar de holletjes die we gister achter het glas zagen. Ze geeft aan dat ze het nog weet, maar stelt vervolgens de vraag; “hebben ze daar dan hun tafeltjes en stoeltjes, waar ze eten enzo?”    Ik moet lachen en geniet intens van mijn dochter en het kinderbrein.

Terug naar Bambi, de film. Het gaat verderop in de film over de “Lentekolder”, de kleine dieren zijn inmiddels opgegroeid en worden verliefd. Ik ben ook verliefd. Op mijn kinderen en hun geweldige kinderbrein en natuurlijk op mijn man. Ik voel het precies zoals in dat kleine liedje uit Bambi;

Liefde is als een oude wijs
Simpel in haar akkoorden
Wie haar hoort vindt de stamelende woorden
Liefde is als een wijs

Liefde is als de gouden zon
Wie kan zij niet verwarmen?
Zij zal iedereen stralend omarmen
Liefde is als de zon

Elvira (Lotte)

02-10-2016




Ik  ben dit seizoen al twee avonden naar het Joodse Leerhuis geweest, dat in ons kerkgebouw gegeven wordt. Deze avonden worden georganiseerd door de Classicale werkgroep Kerk en Israël. Het is een grote groep van meer dan 20 personen van verschillende kerken uit de omgeving.Van onze kerk ben ik de enige, wat mij zeer verbaasd.
Ikgeef een korte impressie.
De leiding is in handen van een Joodse vrouw, mw. Middleton. Zij is  verbonden aan de synagoge in Utrecht. Ze vertelt enthousiast, ieder hangt  aan haar lippen. Ik vind het boeiend en leerzaam. Er vallen dingen op zijn plaats.
Voorbeeld 1: De Joden spreken niet over God, maar over de Eeuwige, zoals Marti Koster deed. Nu weet ik waar het vandaan komt. Nooit geweten. Voorbeeld 2: Bij de joden bestaat de duivel niet. Staat ook nergens in de Torah. Dat heb ik de laatste jaren meer gehoord. Veel dominees zeggen tegenwoordig, dat de duivel niet bestaat, maar niet hoe ze hieraan komen. Alleen een Satan kennen ze, dat betekent alleen "weg versperder".
Wat wordt Joden veel Bijbelkennis bijgebracht, daar ben ik jaloers op!
In het blad Kerk & Israël las ik een interview met prof.dr. Dineke Houtman (bijzonder hoogleraar Jodendom). Hieruit een citaat: "Het gaat om de   bronnen van onze cultuur. Het is van groot belang om die te blijven onderzoeken. Door Joodse teksten ging een wereld voor me open."
En: "Het jodendom is de wortel van het christelijk geloof." 
Ik vind het belangrijk meer van de oorsprong te kennen en ben er nieuwsgierig naar. Kortom leerzame avonden, waar ik nog veel hoop te leren. Ik ben blij dat deze kans geboden wordt.

Joop
01-11-2015




God om je heen, nieuwe moed!

Ik ben in gesprek met iemand en het volgende komt zijdelings voorbij; Geloven, moet je daarvoor naar   de kerk?

Ik ben zelf jaren niet naar de kerk gegaan (alleen met kerst/Pasen). Op een bepaalde leeftijd heeft het leven meer te bieden en dan ga je op zondagochtend niet vroeg je bed uit om naar de kerk te gaan.  Ik zeg zelf altijd: “Je hoeft niet naar de kerk te gaan om te geloven”. 
In
de tijd dat ik niet naar de kerk ging, maar dus wel geloofde, heb ik daar een pittige discussie met iemand over gehad. Geloven doe je met elkaar, nee geloven daar hoorde naar de kerk gaan bij! Het ontroerde me destijds dat mij werd verweten dat ik niet naar de kerk ging. Ik geloofde toch!Ik geniet van het moois in de natuur. Bid bij het eten. Steek kaarsjes aan voor anderen als ik hen bij wil staan tijdens een operatie, examen of moeilijke tijd. Bied een luisterend oor of een helpende handaan familie en vrienden. Ik leef(de) dus bepaalde normen en waarden na, die mijns inziens ook vanuithet geloof komen. Hoe kon die persoon mij afrekenen op het feit dat ik niet naar de kerk ging? Ik deed misschien wel meer met het geloof dan zij.
Waarom ga ik nu dan wel met regelmaat naar de kerk; Je wordt ouder en er gebeuren heftige dingen in het leven. Dingen die je geloof op een wankel voetstuk brengen; “als er een God is waarom dan…….” Door de omstandigheden kwam ik in deze kerk. Ik hoorde de preken van ds. Marti Koster. Ze inspireerden en raakten mij en hebben mij houvast gegeven om in een moeilijke tijd te blijven geloven.Ik voel(de) mij gedragen of zoals Marti altijd zei;
“God om je heen, vergeving, nieuwe moed, voor jou en iedereen”.

Lotte
25-10-2015




Leeftijd

‘Wandelen is de haast uit je hoofd lopen en kijken wat er over blijft.’

Verbazend hoeveel meer glans de wereld krijgt met de zon erbij. Lopend het pad langs de Giessen, geniet ik van de mooie auberginekleurige rietpluimen, die samen met sigaarvormige biezen- die we vroeger ‘briezebrassen’ noemden, maar ‘lisdodden’ heten - als het ware een haag vormen..
Tegen het jongvee, dat verderop tot aan de sloot nieuwsgierig op de hond afkomt, vertel ik dat ze mooi  zijn en toch vooral moeten genieten van het onbezorgd buiten lopen…. ‘Zodra je eerste kalf geboren is wordt je in het boerenkeurslijf gezet en is de zorgeloosheid voorbij..’ Tenslotte is je jeugd de mooiste tijd van het leven.
Zoals de ‘brugpiepers’ die, voor het eerst mee in de groep, richting voortgezet onderwijs, vol verwachting hun toekomst tegemoet fietsen. Je haalt ze er zo uit- fiets te groot, schooltas loeizwaar. Vooral de veelal wat kleinere jongens zijn aandoenlijk, kuifje in de wind… ‘Wat zal hun  moeder blij zijn als ze weer thuiszijn.’
Echt oma-gedachten, passend bij de eigen spek en bonenleeftijd, waarop schaapjes en dromen op het droge dienen te zijn en de eigen kinderen je met een ietwat meewarige blik gaan bezien…
En bij pogingen lid te worden van een wat vlotter, meer swingend zangkoor, niet al te ver weg; blijkt de uiterste houdbaarheidsdatum overschreden. Te oud  (in je hok oma).
Het gemis van het Ontmoetingskoor is nog steeds voelbaar. Hoewel ik ècht niet alles mooi vond, klonk er altijd een lied in hoofd en hart. ‘..en Uw naam wordt een lied in mijn mond.’
Het gospelconcert 12 september was ook dè gelegenheid voor een flinke inhaalslag! En nu tot slot iets geheel anders, maar wel heel belangrijk:
Een dringende oproep/smeekbede aan de beroepingscommissie: ‘Hoedt u voor ongelovige dominees; die zijn er!’

Roos
11-10-2015